Bellina 0,03mg/2mg Comp 6 X 21
Op voorschrift
Geneesmiddel

Bellina 0,03mg/2mg Comp 6 X 21

  € 40,88

information-circle Terugbetaalbaar

Als je recht hebt op een terugbetaling voor dit geneesmiddel, betaal je in de apotheek een verlaagde prijs en niet de prijs die op onze webshop vermeld staat.

Terugbetalingstarief

€ 22,88 (6% inclusief btw)

Verhoogde tegemoetkoming

€ 22,88 (6% inclusief btw)

Belangrijke informatie

Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen in de apotheek.

Maximum toegelaten hoeveelheid in winkelwagen bereikt

  € 40,88
Op bestelling

4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik Waarschuwingen Roken verhoogt het risico op ernstige cardiovasculaire bijwerkingen van gecombineerde hormonale anticonceptiva. Dit risico neemt toe met toenemende leeftijd en grotere consumptie van sigaretten en is zeer uitgesproken bij vrouwen boven de leeftijd van 35 jaar. Vrouwen boven de leeftijd van 35 die roken, moeten andere contraceptieve methoden gebruiken. De inname van gecombineerde hormonale anticonceptiva wordt geassocieerd met een verhoogd risico op verschillende ernstige aandoeningen zoals myocardinfarct, trombo-embolie, beroerte, of hepatische neoplasmen. Andere risicofactoren zoals hypertensie, hyperlipidemie, obesitas en diabetes verhogen duidelijk het morbiditeits- en mortaliteitsrisico. Indien één of meer van de hieronder vermelde aandoeningen of risicofactoren aanwezig zijn, moet met de vrouw besproken worden of Bellina geschikt is. In het geval van verergering of eerste optreden van één of meer van deze aandoeningen of risicofactoren dient de vrouw het advies te krijgen om contact op te nemen met haar arts, om te bepalen of het gebruik van Bellina moet worden gestaakt. Trombo-embolie en andere vasculaire aandoeningen Resultaten van epidemiologische studies tonen aan dat er een verband is tussen het gebruik van hormonale contraceptiva en een verhoogd risico op veneuze of arteriële trombo-embolische aandoeningen, bv. myocard infarct, apoplexie, diep veneuze trombose en pulmonaire embolie. Deze ziekten zijn zeldzaam. In extreem zelden voorkomende gevallen is het optreden van trombose in andere bloedvaten gemeld bij gebruiksters van een gecombineerd hormonaal anticonceptivum, bijv. in hepatische, mesenteriale, renale of retinale venen en arteriën. Risico op veneuze trombo-embolie (VTE) Het gebruik van ieder gecombineerd hormonaal anticonceptivum (CHC) verhoogt het risico op veneuze trombo-embolie (VTE), in vergelijking met geen gebruik. Producten die levonorgestrel,

norgestimaat of norethisteron bevatten, zijn geassocieerd met het laagste risico op VTE. Andere CHC's met chloormadinon/ethinylestradiol zoals Bellina kunnen een 1,25 keer hoger risico inhouden dan levonorgestrel. De beslissing om een ander product te gebruiken dan een product waarvan bekend is dat het het laagste risico op VTE heeft, mag uitsluitend worden genomen nadat dit met de vrouw besproken is, om te verzekeren dat zij begrijpt dat zij risico heeft op VTE met gecombineerde hormonale anticonceptiva, hoe haar huidige risicofactoren dit risico beïnvloeden en dat haar risico op VTE het hoogst is in het allereerste jaar dat zij het product gebruikt. Er zijn ook enige aanwijzingen dat het risico verhoogd is wanneer opnieuw gestart wordt met een gecombineerd hormonaal anticonceptivum nadat het gebruik gedurende 4 weken of langer werd onderbroken. Bij vrouwen die geen gecombineerd hormonaal anticonceptivum gebruiken en niet zwanger zijn, zullen ongeveer 2 van de 10.000 vrouwen over een periode van één jaar VTE ontwikkelen. Bij iedere individuele vrouw kan het risico echter veel hoger zijn, afhankelijk van haar onderliggende risicofactoren (zie hieronder). Epidemiologisch onderzoek bij vrouwen die gecombineerde hormonale anticonceptiva met lage dosis (< 50 μg) ethinylestradiol gebruiken, heeft aangetoond dat ongeveer 6 tot 12 van de 10.000 vrouwen over een periode van één jaar VTE ontwikkelen. Naar schatting zouden er van de 10.000 vrouwen die een CHC met chloormadinon gebruiken tussen 6 en 9 vrouwen binnen één jaar een VTE krijgen; dit komt overeen met ongeveer 6 vrouwen die een levonorgestrelhoudend CHC gebruiken. Middelste punt van het bereik ('mid-point of range') van 5-7 per 10.000 vrouwjaren, op basis van een relatief risico voor levonorgestrelbevattende gecombineerde hormonale anticonceptiva versus niet-gebruik van ongeveer 2,3 tot 3,6

Aantal VTE-voorvallen per 10.000 vrouwen in één jaar Het aantal VTE's per jaar bij gecombineerde hormonale anticonceptiva met lage dosis is kleiner dan het verwachte aantal bij vrouwen tijdens de zwangerschap of in de periode na de bevalling. VTE kan in 1-2% van de gevallen een dodelijke afloop hebben. Risicofactoren voor VTE Het risico op veneuze trombo-embolische complicaties bij gebruiksters van een gecombineerd hormonaal anticonceptivum kan substantieel verhoogd zijn bij een vrouw met additionele risicofactoren, vooral als er sprake is van meerdere risicofactoren (zie de tabel). Bellina is gecontra-indiceerd als een vrouw meerdere risicofactoren heeft waardoor zij een hoog risico op veneuze trombose heeft (zie rubriek 4.3). Als een vrouw meer dan één risicofactor heeft, is het mogelijk dat de stijging van het risico groter is dan de som van de afzonderlijke factoren – in dit geval dient rekening te worden gehouden met haar totale risico op VTE. Indien de balans van voordelen en risico's als negatief wordt beschouwd, mag een gecombineerd hormonaal anticonceptivum niet worden voorgeschreven (zie rubriek 4.3). Tabel: Risicofactoren voor VTE Risicofactor Toelichting Obesitas (BMI hoger dan 30 kg/m²) Risico stijgt substantieel bij stijging van de BMI. Het is vooral belangrijk om te overwegen of er ook andere risicofactoren aanwezig zijn. Langdurige immobilisatie, zware operatie, elke operatie aan benen of heup, neurochirurgie of groot trauma Opmerking: tijdelijke immobilisatie waaronder > 4 uur reizen per vliegtuig kan ook een risicofactor voor VTE zijn, vooral bij vrouwen met andere In deze situaties is het aan te bevelen om het gebruik van de pleister/pil/ring te staken (in geval van een electieve chirurgische ingreep minimaal vier weken vóór de ingreep) en het gebruik niet eerder dan twee weken na volledige remobilisatie te hervatten. Er dient een andere anticonceptiemethode te worden gebruikt om onbedoelde zwangerschap te voorkomen. Antitrombosebehandeling dient te worden overwogen als het gebruik van Bellina niet vooraf is gestaakt.

risicofactoren Bij een positieve familiegeschiedenis (ooit opgetreden veneuze trombo�embolie, vooral op relatief jonge leeftijd, bijvoorbeeld vóór het 50e jaar, bij broers, zussen of ouders). Als een erfelijke aanleg wordt vermoed, dient de vrouw te worden doorverwezen naar een specialist voor advies voordat zij een besluit neemt over het gebruik van een gecombineerd hormonaal anticonceptivum. Andere medische aandoeningen die geassocieerd zijn met VTE Kanker, systemische lupus erythematosus, hemolytisch�uremisch syndroom, chronische inflammatoire darmziekte (ziekte van Crohn of colitis ulcerosa) en sikkelcelziekte Toenemende leeftijd Vooral boven de 35 jaar Er is geen consensus over de mogelijke rol van spataderen en oppervlakkige tromboflebitis bij het ontstaan of de progressie van veneuze trombose. Er dient rekening te worden gehouden met het verhoogde risico op trombo-embolie tijdens de zwangerschap en vooral tijdens de 6 weken durende periode van het puerperium (voor informatie over "Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding" zie rubriek 4.6). Symptomen van VTE (diepe veneuze trombose en longembolie) Vrouwen dienen het advies te krijgen om, als er symptomen optreden, met spoed medische hulp in te roepen en de beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg te informeren dat zij een gecombineerd hormonaal anticonceptivum gebruikt. De volgende symptomen kunnen wijzen op diepe veneuze trombose (DVT): - unilaterale zwelling van een been en/of voet of langs een ader in het been; - pijn of gevoeligheid van een been die mogelijk alleen wordt gevoeld bij het staan of lopen, - verhoogde temperatuur in het aangetaste been, rode of verkleurde huid op het been. De volgende symptomen kunnen wijzen op longembolie (PE): - plotseling ontstaan van onverklaarde kortademigheid of snelle ademhaling; - plotseling hoesten, mogelijk geassocieerd met hemoptoë (bloedspuwing); - scherpe pijn op de borst; - ernstig licht gevoel in het hoofd of duizeligheid; - snelle of onregelmatige hartslag. Sommige van deze symptomen (bijv. "kortademigheid", "hoesten") zijn niet-specifiek en kunnen ten onrechte worden geïnterpreteerd als gewonere of minder ernstige voorvallen (bijv. luchtweginfecties). Andere verschijnselen die kunnen wijzen op vasculaire occlusie zijn: plotselinge pijn, zwelling en lichte blauwverkleuring van een ledemaat. Als de occlusie in het oog is gelokaliseerd, kunnen de symptomen variëren van pijnloos wazig zien tot progressie tot verlies van het gezichtsvermogen. Soms kan verlies van het gezichtsvermogen bijna onmiddellijk optreden. Risico op arteriële trombo-embolie (ATE) In epidemiologisch onderzoek is het gebruik van gecombineerde hormonale anticonceptiva geassocieerd met een verhoogd risico op arteriële trombo-embolie (myocardinfarct) of cerebrovasculair accident (bijv. TIA [transiënte ischemische aanval], beroerte). Arteriële trombo�embolische voorvallen kunnen een dodelijke afloop hebben. Risicofactoren voor ATE Het risico op arteriële trombo-embolische complicaties of van een CVA bij gebruiksters van een gecombineerd hormonaal anticonceptivum is verhoogd bij vrouwen met risicofactoren (zie de tabel). Bellina is gecontra-indiceerd als een vrouw één ernstige of meerdere risicofactoren voor ATE heeft waardoor zij een hoog risico op arteriële trombose heeft (zie rubriek 4.3). Als een vrouw meer dan één risicofactor heeft, is het mogelijk dat de stijging van het risico groter is dan de som van de afzonderlijke factoren – in dit geval dient rekening te worden gehouden met haar totale risico. Indien de balans van voordelen en risico's als negatief wordt beschouwd, mag een gecombineerd hormonaal anticonceptivum niet worden voorgeschreven (zie rubriek 4.3). Tabel: Risicofactoren voor ATE Risicofactor Toelichting Toenemende leeftijd Vooral boven de 35 jaar Roken Vrouwen dienen het advies te krijgen om niet te roken als zij een gecombineerd hormonaal anticonceptivum willen gebruiken. Vrouwen die ouder zijn dan 35 jaar en doorgaan met roken dienen het dringende advies te krijgen om een andere anticonceptiemethode toe te passen. Hypertensie Obesitas (BMI hoger dan 30 kg/m2 ) Het risico stijgt substantieel bij stijging van de BMI. Vooral belangrijk bij vrouwen met additionele risicofactoren Positieve familiegeschiedenis (ooit opgetreden arteriële trombo-embolie, vooral op relatief jonge leeftijd, bijvoorbeeld vóór het 50e jaar, bij broers, zussen of ouders). Als een erfelijke aanleg wordt vermoed, dient de vrouw te worden doorverwezen naar een specialist voor advies voordat zij een besluit neemt over het gebruik van een gecombineerd hormonaal anticonceptivum Migraine Een verhoging van de frequentie of ernst van migraine tijdens het gebruik van een gecombineerd hormonaal anticonceptivum (die prodromaal kan zijn voor een CVA) kan een reden zijn om direct te stoppen Andere medische aandoeningen die geassocieerd zijn met aandoeningen van de bloedvaten Diabetes mellitus, hyperhomocysteïnemie, hartklepziekte en atriumfibrilleren, dislipoproteïnemie en systemische lupus erythematosus. Symptomen van ATE Vrouwen dienen het advies te krijgen om, als er symptomen optreden, met spoed medische hulp in te roepen en de beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg te informeren dat zij een gecombineerd hormonaal anticonceptivum gebruiken. De volgende symptomen kunnen wijzen op een cerebrovasculair accident (CVA): - plotseling verdoofd gevoel of zwakte van gezicht, arm of been, vooral aan één zijde van het lichaam; - plotselinge moeite met lopen, duizeligheid, verlies van evenwicht of coördinatie; - plotselinge verwardheid, moeite met praten of begrijpen; - plotselinge moeite met zien in één of beide ogen; - plotselinge, ernstige of langdurige hoofdpijn zonder bekende oorzaak; - verminderd bewustzijn, of flauwvallen met of zonder epileptische aanval. Symptomen van voorbijgaande aard suggereren dat het voorval een transiënte ischemische aanval (TIA) is. De volgende symptomen kunnen wijzen op een myocardinfarct (MI): - pijn, ongemak, druk, een zwaar gevoel, beklemd of vol gevoel in de borst, arm of onder het borstbeen; - ongemak dat uitstraalt naar de rug, kaak, keel, arm, maag; - vol gevoel, indigestie of naar adem snakken; - transpireren, misselijkheid, braken of duizeligheid; - extreme zwakte, angst of kortademigheid; - snelle of onregelmatige hartslag. Gecombineerd hormonaal anticonceptivum-gebruiksters moeten geïnformeerd worden dat ze hun artsen moeten contacteren in het geval van mogelijke symptomen van trombose. Bellina moet stopgezet worden bij vermoeden of bevestiging van een trombose. Tumoren Sommige epidemiologische studies tonen aan dat het langdurige gebruik van hormonale contraceptiva een risicofactor is voor de ontwikkeling van baarmoederhalskanker bij vrouwen die besmet zijn met het menselijke papillomavirus (HPV). Er heerst echter nog steeds controverse over de mate waarin deze bevinding beïnvloed wordt door verstorende effecten (bv. verschillen in het aantal seksuele partners of het gebruik van mechanische contraceptieve maatregelen) (zie ook "Medisch onderzoek"). Een meta-analyse van 54 epidemiologische studies toonde een klein verhoogd risico op borstkanker (RR = 1,24) bij vrouwen die op dit moment gecombineerd hormonaal anticonceptiva gebruiken. Het toegenomen risico neemt geleidelijk af tot het normale leeftijdsgerelateerde risico binnen de tien jaar na de stopzetting van het gebruik van het gecombineerd hormonaal anticonceptivum. Omdat borstkanker zeldzaam is bij vrouwen onder de 40 jaar, is het extra aantal gevallen van borstkankerdiagnoses bij huidige en recente gecombineerd hormonaal anticonceptivum-gebruiksters klein in vergelijking tot het algemeen risico op borstkanker. In zeldzame gevallen werden goedaardige, en in nog een kleiner aantal gevallen kwaadaardige, levertumoren gerapporteerd tijdens de toediening van hormonale contraceptiva. In geïsoleerde gevallen hebben deze tumoren geleid tot levensbedreigende intra-abdominale bloedingen. In het geval van ernstige abdominale pijn die niet spontaan verdwijnt, hepatomegalie of tekenen van intra�abdominale bloeding moet rekening gehouden worden met de mogelijkheid van een levertumor en moet het gebruik van Bellina stopgezet worden. Meningeoom: Het optreden van meningeomen (enkelvoudig en meervoudig) is gemeld bij het gebruik van chloormadinonacetaat, vooral bij hoge doses en langdurig gebruik (verscheidene jaren). Patiënten moeten worden gecontroleerd op tekenen en symptomen van meningeomen in overeenstemming met de klinische praktijk. Als bij een patiënt een meningeoom wordt gediagnosticeerd, moet elke chloormadinonacetaatbevattende behandeling uit voorzorg worden stopgezet. Er zijn aanwijzingen dat het risico op meningeomen kan afnemen na het staken van de behandeling met chloormadinonacetaat. Andere aandoeningen Depressieve stemming en depressie zijn bekende bijwerkingen van het gebruik van hormonale anticonceptiva (zie rubriek 4.8). Depressie kan ernstig zijn en is een bekende risicofactor voor suïcidaal gedrag en zelfmoord. Vrouwen moet worden aanbevolen om contact met hun arts op te nemen in geval van stemmingswisselingen en symptomen van depressie, ook kort na aanvang van de behandeling. Vele vrouwen die hormonale contraceptiva innemen, hebben een lichte verhoging van de bloeddruk; een klinisch significante verhoging is echter zeldzaam. Het verband tussen de inname van hormonale contraceptiva en klinisch manifeste hypertensie is tot nu toe niet bewezen. Als er een klinisch significante verhoging van de bloeddruk is tijdens de inname van Bellina, moet met het preparaat gestopt worden en de hypertensie behandeld worden. De inname van Bellina kan voortgezet worden zodra bloeddrukwaarden opnieuw normaal zijn na een antihypertensieve therapie. Exogene oestrogenen kunnen de symptomen van erfelijk en verworven angio-oedeem opwekken of verergeren. Bij vrouwen met een voorgeschiedenis van herpes gestationis, kan een heropflakkering optreden tijdens het gebruik van gecombineerd hormonaal anticonceptivas. Bij vrouwen met een voorgeschiedenis van hypertriglyceridemie of met een familiale voorgeschiedenis hiervan, is het risico op pancreatitis verhoogd tijdens het gebruik van gecombineerd hormonaal anticonceptiva. Acute of chronische stoornissen van de leverfunctie kunnen het onderbreken van gecombineerd hormonaal anticonceptivum noodzakelijk maken tot de leverfunctiewaarden opnieuw normaal zijn. Het heroptreden van cholestatische geelzucht die voor het eerst optrad tijdens de zwangerschap of vroeger gebruik van geslachtshormonen maken het noodzakelijk gecombineerd hormonaal anticonceptiva stop te zetten. Gecombineerd hormonaal anticonceptiva kunnen perifere insulineresistentie of glucosetolerantie aantasten. Daarom moeten diabetici zorgvuldig opgevolgd worden als ze orale contraceptiva innemen. Uitzonderlijk kunnen chloasma optreden, in het bijzonder bij vrouwen met een voorgeschiedenis van chloasma gravidarum. Vrouwen die geneigd zijn om chloasma te ontwikkelen moeten blootstelling aan de zon en ultravioletstraling vermijden tijdens het gebruik van hormonale contraceptiva. Voorzorgen bij gebruik Toediening van oestrogenen of oestrogeen/progestageencombinaties kan negatieve effecten hebben op bepaalde ziektes/aandoeningen. Speciaal medisch toezicht is noodzakelijk bij: - epilepsie - multiple sclerosis - tetanus - migraine (zie ook rubriek 4.3) - astma - hart- of nierinsufficiëntie - chorea minor - diabetes mellitus (zie ook rubriek 4.3) - leveraandoeningen (zie ook rubriek 4.3) - dyslipoproteïnemie (zie ook rubriek 4.3) - auto-immuunziekten (inclusief systemische lupus erythematosus) - obesitas - hypertensie (zie ook rubriek 4.3) - endometriosis - spataders - flebitis (zie ook rubriek 4.3) - bloedstollingstoornissen (zie ook rubriek 4.3) - mastopathie - uteriene myoma - herpes gestationis - depressie - chronisch inflammatoire darmaandoeningen (ziekte van Crohn, ulceratieve colitis; zie ook rubriek 4.8) Medisch onderzoek/consultatie Voordat met Bellina wordt begonnen en ook wanneer het gebruik na een onderbreking wordt hervat, moet een volledige anamnese (inclusief familiegeschiedenis) worden afgenomen en moet zwangerschap worden uitgesloten. De bloeddruk moet worden gemeten en er moet een lichamelijk onderzoek worden uitgevoerd, op geleide van contra-indicaties (zie rubriek 4.3) en waarschuwingen (zie rubriek 4.4). Het is belangrijk om de vrouw attent te maken op de informatie over veneuze en arteriële trombose, met inbegrip van het risico van Bellina ten opzichte van andere gecombineerde hormonale anticonceptiva, de symptomen van VTE en ATE, de bekende risicofactoren en wat zij moet doen in het geval van een vermoede trombose. De vrouw moet ook worden geïnstrueerd om de bijsluiter goed te lezen en zich te houden aan het gegeven advies. De frequentie en aard van de onderzoeken dienen gebaseerd te zijn op gangbare praktijkrichtlijnen en op individuele basis te worden aangepast. Vrouwen dienen erop te worden gewezen dat hormonale anticonceptiva niet beschermen tegen hiv�infecties (aids) en andere seksueel overdraagbare aandoeningen. Verminderde doeltreffendheid Innameverzuim van een filmomhulde tablet (zie "Onregelmatige toediening van de tabletten"), braken of intestinale stoornissen waaronder diarree, het langdurig gelijktijdig gebruik van bepaalde geneesmiddelen (zie rubriek 4.5) of in zeer zeldzame gevallen metabolische stoornissen kunnen de contraceptieve efficaciteit verminderen. Impact op cycluscontrole Doorbraakbloedingen en spotting Alle hormonale contraceptiva kunnen onregelmatige vaginale bloedingen (doorbraakbloedingen/spotting) veroorzaken, in het bijzonder tijdens de eerste toedieningscycli. Daarom moet medische beoordeling van onregelmatige cycli gedaan worden na een aanpassingsperiode van ongeveer drie cycli. Als tijdens de toediening van Bellina doorbraakbloedingen blijven aanhouden of optreden na vroegere regelmatige cycli, moet een onderzoek uitgevoerd worden om een zwangerschap of een organische aandoening uit te sluiten. Nadat een zwangerschap en een organische aandoening uitgesloten zijn, kan Bellina verder worden ingenomen of kan men overschakelen naar een ander preparaat. Intracyclische bloedingen kunnen een teken zijn van verminderde contraceptieve doeltreffendheid (zie "Onregelmatige toediening van de tabletten", "Instructies in geval van braken" en rubriek 4.5). Afwezigheid van dervingsbloedingen Na 21 dagen toediening treden normaal dervingsbloedingen op. Soms en vooral tijdens de eerste maanden van de toediening kunnen dervingsbloedingen afwezig zijn. Echter, dit hoeft geen indicatie te zijn van een verminderd contraceptief effect. Als geen bloeding optreedt na één toedieningscyclus waarbij geen filmomhulde tablet werd vergeten, de tabletvrije periode van zeven dagen niet werd overschreden, geen andere geneesmiddelen gelijktijdig werden ingenomen en er geen braken of diarree optraden, is bevruchting weinig waarschijnlijk en kan de toediening van Bellina voortgezet worden. Als Bellina niet volgens de instructies werd genomen voor de eerste afwezigheid van dervingsbloedingen of als dervingsbloedingen niet optreden tijdens twee opeenvolgende cycli, moet zwangerschap uitgesloten worden vooraleer de toediening wordt voortgezet.

Kruidengeneesmiddelen die sint-janskruid (Hypericum perforatum) bevatten, mogen niet samen met Bellina genomen worden (zie rubriek 4.5). Hulpstof Dit geneesmiddel bevat lactose (als lactose monohydraat). Patiënten met zeldzame erfelijke aandoeningen als galactose-intolerantie, algehele lactasedeficiëntie of glucose-galactose malabsorptie, dienen dit geneesmiddel niet te gebruiken.

  • Orale anticonceptie.

Welke stoffen zitten er in dit middel?

  • De werkzame stoffen in dit middel zijn ethinylestradiol en chloormadinonacetaat. Een filmomhulde tablet bevat 0,030 mg ethinylestradiol en 2,0 mg chloormadinonacetaat.

  • De andere stoffen in dit middel zijn:

Tabletkern: lactose monohydraat, maïszetmeel, povidone K 30, magnesiumstearaat,

Filmomhulling: hypromellose, lactose monohydraat, macrogol 6000, propyleenglycol, talk, titanium dioxide (E171), rood ijzeroxide (E172).

Interacties tussen Bellina en andere geneesmiddelen kunnen de bijwerkingen van Bellina versterken of intensifieren. De volgende geneesmiddelen kunnen een negatief effect hebben op de verdraagbaarheid van Bellina:

  • ascorbinezuur (een bewaarmiddel, ook gekend als vitamine C)

  • paracetamol (voor pijn- en koortsbestrijding)

  • atorvastatine (verlaagt hoge cholesterolspiegels)

  • Troleandomycine (een antibioticum)

  • imidazole anti-schimmelmiddelen – bijv. fluconazole (voor de behandeling van schimmelinfecties)

  • indinavir (een middel voor de behandeling van hiv).

Bellina kan een invloed hebben op het effect van andere geneesmiddelen. De werkzaamheid of de verdraagbaarheid van de volgende geneesmiddelen kan verlaagd worden door Bellina:

  • sommige benzodiazepines, bijv. diazepam (voor de behandeling van slaapstoornissen)

  • ciclosporine (een geneesmiddel dat het immuunsysteem verlaagt)

  • theofylline (behandeling van symptomen van astma)

  • corticosteroïden, bijv. prednisolone (gekend als steroïden, anti-inflammatoire behandeling voor bijv. Lupus, artritis, psoriasis)

  • lamotrigine (voor de behandeling van epilepsie)

  • clofibraat (verlaging hoge cholesterolspiegels)

  • paracetamol (voor pijn- en koortsbestrijding)

  • morfine (een specifiek sterk analgeticum – pijnbestrijding)

  • lorazepam (voor de behandeling van angst).

Gelieve ook de bijsluiters van de andere voorgeschreven geneesmiddelen te lezen.

  1. Mogelijke bijwerkingen

Zoals elk geneesmiddel kan ook dit geneesmiddel bijwerkingen hebben, al krijgt niet iedereen daarmee te maken. Krijgt u een bijwerking, vooral als deze ernstig van aard is en lang aanhoudt, of treedt er een verandering op in uw gezondheidstoestand waarvan u denkt dat die veroorzaakt kan worden door Bellina? Neem dan contact op met uw arts.

Neem onmiddellijk contact op met een arts als u één van de volgende symptomen van angio-oedeem krijgt: opgezwollen gezicht, tong en/of keel en/of slikproblemen of netelroos met mogelijk ademhalingsmoeilijkheden (zie ook rubriek "Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit middel?").

Alle vrouwen die gecombineerde hormonale anticonceptiva gebruiken hebben een hoger risico op bloedstolsels in de aders (veneuze trombo-embolie [VTE]) of bloedstolsels in de slagaders (arteriële trombo-embolie [ATE]). Zie voor meer informatie over de verschillende risico's van het gebruik van gecombineerde hormonale anticonceptiva rubriek 2 "Wanneer mag u Bellina niet gebruiken of moet u er extra voorzichtig mee zijn?".

De frequenties waarmee bijwerkingen zijn gerapporteerd zijn als volgt gedefinieerd:

Zeer vaak: kunnen optreden bij meer dan 1 op de 10 gebruiksters Misselijkheid, vaginaal verlies, menstruatiepijn, afwezigheid van menstruatie.

Vaak: kunnen optreden bij 1 op de 10 gebruiksters Depressie, nervositeit, prikkelbaarheid, duizeligheid, migraine (en/of een verergering van dit), gezichtsstoornissen, braken, acne, zwaar gevoel in de benen, pijn in de buik, vermoeidheid, waterretentie, gewichtstoename, verhoging van de bloeddruk.

Soms: kunnen optreden bij 1 op de 100 gebruiksters Schimmelinfectie van de vagina, goedaardige veranderingen in het bindweefsel van de borsten, hypergevoeligheid aan het geneesmiddel inclusief allergische huidreactie, veranderingen in bloedlipiden inclusief verhoogde triglyceriden, verminderd libido, maagpijn, gerommel in de darmen, diarree, pigmentatieproblemen, bruine vlekken in het aangezicht, haaruitval, droge huid, neiging tot zweten, rugpijn, spierproblemen, afscheiding uit de borsten.

Zelden: kunnen optreden bij 1 op de 1.000 gebruiksters Ontsteking van de vagina, verhoogde eetlust, conjunctivitis, ongemak bij het dragen van contactlenzen, doofheid, tinnitus, hoge bloeddruk, lage bloeddruk, collaps van de bloedcirculatie, spataders, netelroos, eczeem, ontstoken huid, jeuk, verergering van psoriasis, excessieve haargroei op het lichaam of in het aangezicht, vergroting van de borsten, langere en/of intensere menstruatie, premenstrueel syndroom (fysieke en emotionele problemen voor de start van de menstruatie).

Schadelijke bloedstolsels in een ader of slagader, bijvoorbeeld: - in een been of voet (bijv. diepe veneuze trombose) - in een long (bijv. longembolie) - hartaanval - beroerte - 'mini-stroke' of tijdelijke symptomen zoals bij een beroerte, bekend als TIA (transiënte ischemische aanval) - bloedstolsels in de lever, maag/darmen, nieren of ogen.

De kans om een bloedstolsel te krijgen is groter als er andere omstandigheden op u van toepassing zijn die dit risico verhogen (zie rubriek 2 voor meer informatie over de omstandigheden die het risico op bloedstolsels verhogen en de symptomen van een bloedstolsel).

Zeer zelden: kunnen optreden bij 1 op de 10.000 gebruiksters Erythema nodosum.

Daarnaast werden volgende bijwerkingen gerapporteerd geassocieerd met de actieve stoffen ethinylestradiol en chloormadinonacetaat in post-marketing gebruik: zwakte en allergische reacties, waaronder de zwelling van de diepere lagen van de huid (oedeem).

Gecombineerde hormonale contraceptiva werden ook gekoppeld aan een verhoging van risico's op ernstige ziekten en bijwerkingen: - risico op verstopping van de aders en slagaders (zie rubriek 2), - risico op aandoeningen van het galkanaal (zie rubriek 2), - risico op tumoren (bv. levertumoren, die in geïsoleerde gevallen levensbedreigende bloedingen in de buikholte kunnen veroorzaken, baarmoederhalskanker of borstkanker; zie rubriek 2), - verergering van chronische ontsteking van de darmen (ziekte van Crohn, ulceratieve colitis; zie rubriek 2).

Lees de informatie in rubriek 2 zorgvuldig door, en indien nodig vraag uw arts onmiddellijk om advies.

Gecombineerde hormonale anticonceptiva mogen in de volgende situaties niet worden gebruikt.
BELLINA moet onmiddellijk gestopt worden als één van deze aandoeningen optreedt tijdens de inname:
• verlies van controle over diabetes mellitus.
• ongecontroleerde hypertensie of een significante verhoging van de bloeddruk (waarden constant boven 140/90 mm Hg)
• Aanwezigheid van of risico op veneuze trombo-embolie (VTE)
o Veneuze trombo-embolie – bestaande VTE (bij antistollingsmiddelen) of eerder
doorgemaakte VTE (bijv. diepe veneuze trombose [DVT] of longembolie [PE])
o Bekende erfelijke of verworven predispositie voor veneuze trombo-embolie, bijvoorbeeld
APC-resistentie, (waaronder factor V-Leiden), antitrombine-III-deficiëntie, proteïne C-
deficiëntie, proteïne S-deficiëntie
o Zware operatie met langdurige immobilisatie
o Een hoog risico op veneuze trombo-embolie door de aanwezigheid van meerdere
risicofactoren
• Aanwezigheid van of risico op arteriële trombo-embolie (ATE)
o Arteriële trombo-embolie – bestaande arteriële trombo-embolie, eerder doorgemaakte
arteriële trombo-embolie (bijv. myocardinfarct) of prodromale aandoening (bijv. angina
pectoris)
o Cerebrovasculaire ziekte – bestaande beroerte, eerder doorgemaakte beroerte of
prodromale aandoening (bijv. transient ischaemic attack (TIA))
o Bekende erfelijke of verworven predispositie voor arteriële trombo-embolie, bijvoorbeeld
hyperhomocysteïnemie en antifosfolipiden-antistoffen (anticardiolipine-antistoffen,
lupusanticoagulans)
o Voorgeschiedenis van migraine met focale neurologische symptomen
o Een hoog risico op arteriële trombo-embolie als gevolg van meerdere risicofactoren
of door de aanwezigheid van een ernstige risicofactor, zoals:
- diabetes mellitus met vasculaire symptomen
- ernstige hypertensie
- ernstige dislipoproteïnemie
• Hepatitis, geelzucht, leverfunctiestoornissen tot de leverfunctiewaarden weer normaal zijn
• Veralgemeende pruritus, cholestase, in het bijzonder tijdens een vroegere zwangerschap of oestrogeentherapie
• Syndroom van Dubin-Johnson, Rotor-syndroom, galdoorstromingsstoornissen
• Voorgeschiedenis van, of bestaande, levertumoren
• Ernstige epigastrische pijn, vergroting van de lever, of symptomen van intra-abdominale bloedingen
• Eerste optreden of heroptreden van porfyrie (alle drie vormen, in het bijzonder verworven porfyrie)
• Aanwezigheid, of voorgeschiedenis, van maligne hormoongevoelige tumoren, bv. van de borsten of uterus.
• Ernstige stoornissen van het lipidenmetabolisme
• Pancreatitis of voorgeschiedenis van zulke aandoening, indien geassocieerd met ernstige hypertriglyceridemie
• Éérste symptomen van migrainehoofdpijn of frequenter voorkomen van ongewoon ernstige hoofdpijn
• Acute sensorische stoornissen, bv. visuele- of gehoorstoornissen
• Motorische stoornissen (in het bijzonder parese)
• Toename van epileptische aanvallen
• Ernstige depressie
• Otosclerose die verslechterde tijdens vroegere zwangerschappen
• Onverklaarde amenorroe
• Endometriale hyperplasie
• Onverklaarde genitale bloedingen.
• Overgevoeligheid voor de werkzame stoffen of voor (één van) de in "Samenstelling" vermelde hulpstoffen.
Eén ernstige risicofactor of meerdere risicofactoren voor veneuze of arteriële trombose kunnen een contra-indicatie betekenen.

4.6 Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding Zwangerschap Bellina is niet aangewezen tijdens de zwangerschap. Vooraleer het geneesmiddel te gebruiken moet zwangerschap uitgesloten worden. Als zwangerschap optreedt tijdens de behandeling met Bellina, moet het geneesmiddel onmiddellijk stopgezet worden. In uitgebreide epidemiologische studies werd geen klinisch bewijs voor teratogeniciteit of foetotoxische effecten aangetoond wanneer oestrogenen per ongeluk ingenomen werden tijdens de zwangerschap in combinatie met andere progestagenen in vergelijkbare dosissen als deze in Bellina. Hoewel dierexperimenten voortplantingstoxiciteit hebben aangetoond (zie rubriek 5.3), lieten klinische gegevens van meer dan 330 blootgestelde humane zwangerschappen geen enkel embryotoxisch effect van chloormadinonacetaat zien. Er moet rekening gehouden worden met het verhoogde risico op VTE in de periode na de bevalling wanneer het gebruik van Bellina hervat wordt (zie rubrieken 4.2 en 4.4). Borstvoeding Borstvoeding kan beïnvloed worden door oestrogenen aangezien zij de kwantiteit en de samenstelling van de moedermelk kunnen aantasten. Kleine hoeveelheden van contraceptieve steroïden en/of hun metabolieten kunnen uitgescheiden worden in de moedermelk en kunnen een invloed uitoefenen op het kind. Daarom mag Bellina niet gebruikt worden tijdens borstvoeding.

Gewoonlijke posologie

  • De tabletten elke dag op ongeveer hetzelfde tijdstip innemen in de volgorde die op de verpakking staat aangegeven
  • 1 tablet/dag innemen gedurende 21 opeenvolgende dagen
  • De volgende strip beginnen na een tabletvrije periode van 7 dagen. Tijdens dit interval treedt gewoonlijk een onttrekkingsbloeding op

Bij het vergeten innemen van meer dan 12 uur

  • Het vergeten tablet innemen en de normale inname verderzetten
  • Een barrièremethode (condoom) gebruiken gedurende 7 dagen
  • Risico op zwangerschap indien geslachtsgemeenschap in de 7 dagen voor het vergeten table
  • Het vergeten tablet innemen en de normale inname verderzetten
  • Geen bijkomende maatregelen nodig indien de tabletten de vorige 7 dagen correct ingenomen werden, anders barrièremethode (condoom) gebruiken gedurende 7 dagen
  • Het vergeten tablet innemen en de normale inname verderzetten plus de volgende strip beginnen zodra de huidige leeg is, zonder onderbrekingsweek
  • Tegelijk een barrièremethode gebruiken gedurende de 7 volgende dagen; Indien deze 7 dagen durende veiligheidsperiode met barrièremethode zich uitstrekt tot na het laatste tablet van de aangebroken blister, moet de pilvrije periode tussen de twee blisters overgeslagen worden en moet de volgende blister onmiddellijk na inname van de laatste tablet begonnen worden
CNK 3003779
Organisaties Gedeon Richter Benelux
Merken Gedeon Richter
Breedte 50 mm
Lengte 123 mm
Diepte 35 mm
Hoeveelheid verpakking 6
Actieve ingrediënten chloormadinon acetaat, ethinylestradiol
Behoud Kamertemperatuur (15°C - 25°C)