Prolopa 125 Comp Disp 100
Op voorschrift
Geneesmiddel

Prolopa 125 Comp Disp 100

  € 20,79

information-circle Terugbetaalbaar

Als je recht hebt op een terugbetaling voor dit geneesmiddel, betaal je in de apotheek een verlaagde prijs en niet de prijs die op onze webshop vermeld staat.

Terugbetalingstarief

€ 5,09 (6% inclusief btw)

Verhoogde tegemoetkoming

€ 3,06 (6% inclusief btw)

Belangrijke informatie

Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen in de apotheek.

Maximum toegelaten hoeveelheid in winkelwagen bereikt

4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik Bij gevoelige patiënten kunnen overgevoeligheidsreacties optreden. Zoals voor iedere dopatherapie geldt, moet de behandeling geleidelijk worden ingesteld; bovendien moet men in alle stadia van de aandoening de dosering bepalen en aan elk individueel geval aanpassen; daarbij dient men ervoor te zorgen dat de dosering zo laag mogelijk wordt gehouden. Totdat het therapeutisch effect zich manifesteert kan de toediening van de andere, tot dan toe genomen geneesmiddelen tegen parkinsonisme worden voortgezet; daarna zal men de dosering van deze geneesmiddelen tegen parkinsonisme vaak geleidelijk kunnen verminderen. Levodopa is in verband gebracht met slaperigheid en episodes van plotseling intredende slaap. Zeer zelden is plotseling intredende slaap, in enkele gevallen zonder dat men zich ervan bewust was of zonder waarschuwingssignalen vooraf, tijdens het verrichten van dagelijkse activiteiten gemeld. Patiënten moeten hierover worden geïnformeerd en moeten geadviseerd worden bijzonder voorzichtig te zijn tijdens het besturen van voertuigen of het bedienen van machines gedurende de behandeling met levodopa. Patiënten die slaperigheid en/of episodes van plotseling intredende slaap vertoonden moet geadviseerd worden geen voertuigen te besturen of machineste bedienen. Bij deze patiënten kan een vermindering van de dosis of het stoppen van de behandeling overwogen worden (zie rubriek 4.7). Wanneer levodopa-benserazide wordt toegediend aan patiënten met antecedenten van coronaire arteriële aandoeningen, cardiale aritmie of hartfalen moet voorzichtigheid worden betracht (zie rubriek 4.3). Met name de hartfunctie moet bij deze patiënten nauwlettend gecontroleerd worden gedurende de eerste periode van de behandeling en regelmatig daarna, tijdens de voortgang van de behandeling. Geadviseerd wordt om patiënten (waaronder oudere patiënten, patiënten die gelijktijdig bloeddrukverlagende middelen of middelen met orthostatische eigenschappen gebruiken) met risicofactoren voor- of een voorgeschiedenis van orthostatische hypotensie nauwlettend te controleren, vooral bij aanvang van de behandeling of bij doseringsverhogingen. Er is gemeld dat levodopa-benserazide een verlaging van het aantal bloedcellen tot gevolg kan hebben wat onder andere kan leiden tot hemolytische anemie, trombocytopenie en leukopenie. In zeldzame gevallen zijn agranulocytose en pancytopenie gemeld waarbij de associatie met levodopa-benserazide noch vastgesteld, noch uitgesloten kon worden. Daarom moet periodiek het bloedbeeld onderzocht worden tijdens de behandeling. Een nauwgezette medische controle moet ook worden uitgevoerd bij patiënten met antecedenten van psychische stoornissen, een maag- of duodenumulcus, osteoporose, lever-, nier- of endocriene stoornissen (in geval van hyposecretie van prolactine of hypersecretie van het groeihormoon). Bij patiënten met open-hoekglaucoom moet de intra-oculaire druk regelmatig worden gemeten, aangezien levodopa theoretisch de intra-oculaire druk kan verhogen. Laboratoriumonderzoeken Het is aanbevolen gedurende de behandeling regelmatig de lever-, nier- en cardiovasculaire functie en het bloedbeeld te controleren (zie rubriek 4.8). Bij diabetespatiënten moeten frequent glycemietesten uitgevoerd worden en dient de posologie van de antidiabetesmiddelen overeenkomstig te worden aangepast. Tijdens de behandeling kan de urine een bruinzwarte kleur krijgen ten gevolge van de metabolieten van levodopa. De verkleuring heeft geen pathologische betekenis en is geen reden om de behandeling te wijzigen. Deze metabolieten kunnen echter interfereren met sommige laboratoriumtesten voor het opsporen van glucose en urinaire ketonlichamen (zie rubriek 4.5). Levodopa-benserazide mag niet bruusk stopgezet worden. Een bruuske stopzetting kan symptomen veroorzaken zoals bij een kwaadaardig neuroleptica-syndroom (hyperpyrexie en spierstijfheid, mogelijk psychologische veranderingen en een verhoogd gehalte aan creatine fosfokinase in het bloed; bijkomende symptomen in ernstige gevallen kunnen myoglobinurie, rabdomyolyse en acuut nierfalen zijn) dat levensbedreigend kan zijn. Indien een associatie van dergelijke symptomen en tekenen optreedt, moet de patiënt onder medisch toezicht geplaatst worden, indien nodig gehospitaliseerd en snel behandeld met een aangepaste symptomatische behandeling. Deze kan het opnieuw toedienen van levodopa-benserazide inhouden, na oordeelkundige evaluatie. Een depressie kan optreden bij patiënten die met levodopa-benserazide behandeld worden maar kan ook het gevolg zijn van de onderliggende ziekte. Alle patiënten moeten nauwlettend gecontroleerd worden op psychologische veranderingen en depressies met of zonder zelfmoordneiging. Levodopa-benserazide kan het 'dopamine-ontregelingssyndroom' opwekken dat overmatig gebruik van het middel tot gevolg heeft. Een kleine subgroep patïenten leidt aan cognitieve- en gedragsstoornissen welke direct toegeschreven kunnen worden aan de inname van verhoogde hoeveelheden van medicatie, tegen medisch adviesin, en ver boven de vereiste doses om hun motorische beperkingen te behandelen. Impulsbeheersingsstoornissen De patiënten moeten regelmatig worden gecontroleerd op ontwikkeling van impulsbeheersingsstoornissen. Patiënten en hulpverleners moeten weten dat er gedragssymptomen als gevolg van stoornissen in de impulscontrole zoals pathologisch gokken, verhoogde libido, hyperseksualiteit, dwangmatig uitgeven of kopen, brassend eten en dwangmatig eten kunnen optreden bij patiënten die worden behandeld met dopamineagonisten en/of andere dopaminerge behandelingen die levodopa bevatten, zoals levodopa-benserazide. Als dergelijke symptomen optreden, wordt aanbevolen de behandeling te herzien. Maligne melanoom Epidemiologische studies hebben aangetoond dat patiënten met de ziekte van Parkinson een hoger risico hebben op het ontwikkelen van melanoom dan de algemene populatie (ongeveer 2-6 maal hoger). Het is onduidelijk of het waargenomen verhoogde risico toegeschreven kan worden aan de ziekte van Parkinson of andere factoren zoals het gebruik van levodopa voor de behandeling van de ziekte van Parkinson. Om deze reden worden patiënten en gezondheidszorgbeoefenaars geadviseerd regelmatig te controleren op het ontwikkelen van melanoom tijdens gebruik van levodopa-benserazide ongeacht de indicatie. Periodiek huidonderzoek moet, idealiter, worden uitgevoerd door daartoe bevoegd personeel (zoals dermatologen). Waarschuwing gerelateerd aan interacties Behalve bij gebruik van halothaan dient, bij een patiënt bij wie algemene anesthesie vereist is, de gewoonlijke behandeling met levodopa-benserazide zolang mogelijk vóór de chirurgische ingreep voortgezet te worden. Bij gebruik van halothaan voor de algemene anesthesie moet de toediening van levodopa-benserazide 12 à 48 uur voor de chirurgische ingreep worden stopgezet (zie rubriek 4.5), aangezien bloeddrukschommelingen en/of aritmieën kunnen voorkomen bij patiënten die levodopa-benserazide gebruiken. De behandeling met levodopa-benserazide kan na de chirurgische ingreep hervat worden; de dosering zal geleidelijk verhoogd worden tot de dosis vóór de ingreep. Als een behandeling met levodopa-benserazide om andere redenen moet worden stopgezet, moet de stopzetting geleidelijk gebeuren, over een periode van 4 à 5 dagen. Zodra de symptomen van de ziekte opnieuw optreden, is het mogelijk een substitutiebehandeling te beginnen met het (de) geneesmiddel(en) tegen parkinsonisme, dat (die) het best geschikt is (zijn) voor de symptomatologie van de patiënt. Het is niet nodig een interval in acht te nemen tussen de laatste toediening van levodopa-benserazide en een nieuwe behandeling. Nausea en braken mogen niet worden behandeld door toediening van middelen die Parkinsonsymptomen kunnen veroorzaken of het therapeutisch effect van levodopa-benserazide kunnen inhiberen (bijv. fenothiazines, metoclopramide, enz.). Indien levodopa-benserazide moet worden toegediend aan patiënten die irreversibele niet-selectieve MAO-remmers krijgen, moet er een interval van minstens 2 weken geïmplementeerd worden tussen het stoppen van de MAO-remmers en het starten van de behandeling met levodopa-benserazide. Zoniet is het waarschijnlijk dat bijwerkingen zoals een hypertensieve crisis zich voordoen (zie rubriek 4.3). De gelijktijdige toediening van dopamine-receptor blokkerende antipsychotica, vooral D2-receptorantagonisten, zou de antiparkinsoneffecten van levodopa-benserazide kunnen tegenwerken. Dit moet dan ook met de nodige voorzichtigheid worden uitgevoerd en met nauwkeurige opvolging van de patiënt om het verlies van antiparkinson effecten of het verergeren van symptomen van parkinson waar te nemen. Gelijktijdige toediening van levodopa-benserazide en sympathicomimetica (middelen zoals epinefrine, norepinefrine, isoproterenol of amfetamine die het sympathisch zenuwstelsel stimuleren), kan de werking van deze middelen versterken, daarom worden deze combinaties niet aangeraden. Indien gelijktijdige toediening noodzakelijk is, is een nauwgezette bewaking van het cardiovasculair stelsel van essentieel belang en een vermindering van de dosis van de sympathicomimetica kan noodzakelijk blijken te zijn. Wanneer een behandeling met een COMPT-inhibitor wordt opgestart, kan het noodzakelijk zijn de posologie van levodopa-benserazide te verminderen. De behandeling met anticholinergica mag niet bruusk stopgezet worden wanneer de behandeling met levodopa-benserazide gestart wordt, aangezien de werking van levodopa slechts na een bepaalde tijd optreedt. De combinatie met anticholinergica, amantadine, selegiline, bromocriptine of dopaminerge agonisten is toegestaan, hoewel echter zowel de mate van effect als de mate waarin bijwerkingen optreden kan worden versterkt. Het kan noodzakelijk zijn de posologie van levodopa-benserazide of van deze andere substanties te verminderen. Hulpstoffen Prolopa 250, tabletten, bevat minder dan 1 mmol natrium (23 mg) per tablet, dat wil zeggen dat het in wezen 'natriumvrij' is. Prolopa HBS 125 capsules met verlengde afgifte, bevatten sojaolie. Indien u allergisch bent aan pindanoten of soja, gelieve Prolopa 125 HBS niet te gebruiken.

  • Ziekte van Parkinson
  • Parkinsonisme van ostencefalitische, arteriosclerotische of toxische oorsprong, met uitzondering van medicamenteus parkinsonisme

Welke stoffen zitten er in Prolopa? Prolopa HBS 125 capsules met verlengde afgifte, hard De werkzame stoffen zijn levodopa (100 mg) en benserazide onder de vorm van benserazidehydrochloride (28,5 mg), wat overeenkomt met 25 mg benserazide. De andere stoffen zijn hypromellose 2910/4000cP, hypromellose 2910/50cP, gehydrogeneerde plantaardige olie, watervrij calciumwaterstoffosfaat, mannitol (E421), talk, polyvidon, magnesiumstearaat, gelatine, titaandioxide (E171), geel ijzeroxide (E172), indigotine (E132), rood ijzeroxide (E172). Prolopa 125 dispergeerbare tabletten De werkzame stoffen zijn levodopa (100 mg) en benserazide onder de vorm van benserazidehydrochloride (28,5 mg), wat overeenkomt met 25 mg benserazide. De andere stoffen zijn watervrij citroenzuur, gepregelatiniseerd maïszetmeel, microkristallijne cellulose, magnesiumstearaat. Prolopa 250 tabletten De werkzame stoffen zijn levodopa (200 mg) en benserazide onder de vorm van benserazidehydrochloride (57 mg), wat overeenkomt met 50 mg benserazide De andere stoffen zijn mannitol (E421), calciumwaterstoffosfaat, microkristallijne cellulose, gepregelatiniseerd maïszetmeel, crospovidon, magnesiumstearaat, ethylcellulose, rood ijzeroxide (E172), watervrij colloïdaal silicium, natriumdocusaat.

Neemt u nog andere geneesmiddelen in? Neemt u naast Prolopa nog andere geneesmiddelen in, of heeft u dat kort geleden gedaan of bestaat de mogelijkheid dat u in de nabije toekomst andere geneesmiddelen gaat innemen? Vertel dat dan uw arts of apotheker. Gelijktijdige behandeling met sommige geneesmiddelen kan het effect van Prolopa of van de andere geneesmiddelen veranderen.

Gebruik geen Prolopa als u reeds een antidepressiva genaamd mono-amino-oxydaseremmers antidepressiva (MAO-remmers), heeft ingenomen in de loop van de laatste 14 dagen. Gebruik geen reserpine - een geneesmiddel dat de parkinsonisme kan veroorzaken.

De volgende bijwerkingen zijn geïdentificeerd uit de ervaringen na het op de markt brengen van levodopa-benserazide (frequentie niet bekend, kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald) op basis van spontane meldingen en op basis van literatuur: Frequentiecategoriën zijn als volgt: Zeer vaak (≥1/10) Vaak (≥1/100, <1/10) Soms (≥1/1.000, <1/100) Zelden (≥1/10.000, <1/1.000) Zeer zelden (<1/10.000) Niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald) Bloed- en lymfestelselaandoeningen Frequentie niet bekend hemolytische anemie leukopenie trombocytopenie Voedings- en stofwisselingsstoornissen Frequentie niet bekend verminderde eetlust Psychische stoornissen Frequentie niet bekend dopamine-ontregelingssyndroom verwardheid depressie agitatie* angst* slapeloosheid* hallucinatie* waanvoorstellingen* desoriëntatie* pathologisch gokken verhoogd libido hypersexualiteit compulsief geld uitgeven of -koopgedrag compulsief eetgedrag symptomen van eetstoornis Zenuwstelselaandoeningen Frequentie niet bekend ageusie dysgeusie dyskinesie (choreatisch of athetotisch) fluctuaties van de therapeutische respons 'freezing' verschijnselen 'end-of-dose' verslechtering 'on-off' verschijnselen slaperigheid plotseling optredende slaap 'restless legs'-syndroom Hartaandoeningen Frequentie niet bekend aritmie Bloedvataandoeningen Frequentie niet bekend orthostatische hypotensie Maagdarmstelselaandoeningen Frequentie niet bekend misselijkheid braken diarree Abnormale kleuring van het speeksel Abnormale kleuring van de tong Abnormale kleuring van de tanden Abnormale kleuring van de orale mucosa Lever- en galaandoeningen Frequentie niet bekend stijging van transaminases stijging van alkalische fosfatase stijging van gamma-glutamyltransferase Huid- en onderhuidaandoeningen Frequentie niet bekend pruritis (huid)uitslag Abnormale kleuring van zweet Nier-en urinewegaandoeningen Frequentie niet bekend verhoogd BUN (bloed ureum-stikstof) chromaturie *Deze bijwerkingen kunnen met name voorkomen bij oudere patiënten en bij patiënten met een voorgeschiedenis van deze aandoeningen. Zenuwstelselaandoeningen: Dyskinesie (waaronder choreatisch of athetotisch) kan ontstaan in latere stadia van de behandeling. Doorgaans verdwijnt de dyskinesie of wordt het draaglijk door de dosering te verlagen. Bij langdurige behandeling kunnen ook fluctuaties in de therapeutische respons optreden ('freezing', 'end-of-dose' verergering en 'on-off' verschijnselen). Die verdwijnen meestal, of worden draaglijk, door de dosering aan te passen en door de toediening van kleinere, meer frequente eenheidsdoses. Daarna is een poging tot opnieuw verhogen van de dosering mogelijk om de werkzaamheid te verbeteren. Levodopa-benserazide is in verband gebracht met slaperigheid en is zeer zelden in verband gebracht met hypersomnolentie overdag en episodes van plotseling intredende slaap. 'Restless legs' syndroom: Het ontwikkelen van een verergering (tijdsverschuiving van symptomen van de avond/nacht naar de vroege middag en avond voordat de volgende nachtelijke dosis wordt ingenomen) is de meest voorkomende bijwerking van langdurige dopaminerge behandeling. Bloedvataandoeningen: Orthostatische aandoeningen kunnen gewoonlijk worden verbeterd door de dosis levodopa-benserazide te verlagen. Maagdarmstelselaandoeningen: De bijwerkingen die kenmerkend zijn bij het begin van de behandeling kunnen meestal onder controle worden gehouden door levodopa-benserazide met een snack laag in eiwitten of drank in te nemen, of door de dosis langzaam te verhogen. Onderzoeken: Een lichte verkleuring van de urine kan optreden. Meestal krijgt de urine een roodachtig kleur die donkerder zal kleuren als men het laat staan. Andere lichaamsvloeistoffen of weefsels kunnen eveneens een veranderde kleur of vlekken vertonen, waaronder het speeksel, de tong, de tanden of de orale mucosa. Impulsbeheersingsstoornissen Impulsbeheersingsstoornis zoals pathologisch gokken, verhoogde libido, hyperseksualiteit, dwangmatig uitgeven of kopen, brassend eten en dwangmatig eten kunnen optreden bij patiënten die worden behandeld met dopamineagonisten en/of andere dopaminerge behandelingen die levodopa bevatten, zoals Prolopa (zie rubriek 4.4).

- Levodopa-benserazide mag niet gegeven worden in geval van overgevoeligheid voor levodopa, benserazide of voor één van de in "Samenstelling" vermelde hulpstoffen.
- Levodopa-benserazide mag niet gegeven worden aan patiënten met een decompensatie van de endocriene (bijvoorbeeld feochromocytoom, hyperthyroïdie, syndroom van Cushing), de nier- of de leverfuncties.
- Levodopa-benserazide mag niet gegeven worden aan patiënten jonger dan 25 jaar (het skelet moet volgroeid zijn).
- Levodopa-benserazide mag niet gegeven worden in geval van hartaandoeningen (bijvoorbeeld ernstige hartaritmieën en hartinsufficiëntie).
- Levodopa-benserazide mag niet gegeven worden in geval van psychiatrische aandoeningen met een psychotische component.
- Levodopa-benserazide mag niet gegeven worden in geval van gesloten-hoekglaucoom.
- Levodopa-benserazide mag niet gegeven worden in geval van maag- of duodenumulcus in de actieve fase.
- Levodopa-benserazide mag niet gegeven worden bij een combinatie van levodopa-benserazide met niet-selectieve MAO-remmers of reserpine. De selectieve MAO-B-remmers, zoals selegiline en rasagiline, en de selectieve MAO-A-remmers, zoals moclobemide, zijn evenwel niet tegenaangewezen. Aangezien echter de combinatie van een MAO-A-remmer en een MAO-B-remmer evenwaardig is aan een niet-selectieve MAO-remmer mag deze combinatie niet samen met levodopa-benserazide toegediend worden.)
- Levodopa-benserazide mag niet gegeven worden aan zwangere vrouwen of aan vrouwen die zwanger zouden kunnen worden en geen betrouwbare contraceptiemethode toepassen. Indien zwangerschap optreedt bij een vrouw die levodopa-benserazide neemt, dient de medicatie stopgezet te worden (zoals voorgeschreven door de behandelende arts).

Zwangerschap Levodopa-benserazide is tegenaangewezen tijdens de zwangerschap en bij vrouwen in de vruchtbare leeftijd die geen adequate contraceptie gebruiken (zie rubrieken 4.3 en 5.3). Een zwangerschapstest voor aanvang van de behandeling is aangewezen om een zwangerschap uit te sluiten. Indien een vrouw zwanger wordt tijdens de behandeling met levodopa-benserazide, moet de behandeling met levodopa-benserazide worden stop gezet (volgens de instructies van de voorschrijvend arts).

Volwassenen

  • Startdosis: 1 tablet 3 x /dag
  • De dosis wekelijks verhogen met 1 tablet
  • Gemiddelde onderhoudsdosis: 1 tablet 4 à 6 x /dag
  • Max. 4 tabletten per inname en 16 tabletten /dag

Toedieningswijze

  • Tijdens de maaltijden of in ieder geval met voedsel en vloeistof innemen
  • De tabletten in min. 25 ml water per tablet oplossen. Eventueel suiker of vruchtensiroop toevoegen
  • Na het opdrinken van het product blijft er meestal een witachtig waas achter in het glas. Dit bestaat uit een residu van de excipiënten
CNK 1324722
Organisaties Roche Pharmaceuticals
Merken Roche Pharmaceuticals
Breedte 55 mm
Lengte 120 mm
Diepte 53 mm
Hoeveelheid verpakking 100
Actieve ingrediënten benserazide hydrochloride, levodopa
Behoud Kamertemperatuur (15°C - 25°C)