Zanicombo 10mg/10mg Filmomh Tabl 56
Op voorschrift
Geneesmiddel

Zanicombo 10mg/10mg Filmomh Tabl 56

  € 19,96

information-circle Terugbetaalbaar

Als je recht hebt op een terugbetaling voor dit geneesmiddel, betaal je in de apotheek een verlaagde prijs en niet de prijs die op onze webshop vermeld staat.

Terugbetalingstarief

€ 4,82 (6% inclusief btw)

Verhoogde tegemoetkoming

€ 2,89 (6% inclusief btw)

Belangrijke informatie

Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen in de apotheek.

Niet beschikbaar

Neem contact op met ons via telefoon of e-mail, dan bekijken we samen de mogelijkheden.

  1. Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik Symptomatische hypotensie Symptomatische hypotensie wordt zelden waargenomen bij ongecompliceerde hypertensie patiënten. Bij hypertensie patiënten die enalapril gebruiken, is het meer waarschijnlijk dat er symptomatische hypotensie optreedt wanneer zich bij de patiënt volumedepletie voordeed, bijvoorbeeld bij gebruik van diuretica, zoutbeperkt dieet, dialyse, diarree of braken (zie rubriek 4.5). Bij patiënten met hartfalen, al dan niet geassocieerd met renale insufficiëntie, is symptomatische hypotensie waargenomen. Dit is het meest waarschijnlijk bij patiënten met een ernstiger graad van hartfalen, zoals aangegeven door het gebruik van hoge doseringen lisdiuretica, hyponatriëmie of functionele nierfunctievermindering. Bij deze patiënten dient de behandeling te worden gestart onder medische supervisie en de patiënten dienen nauwlettend gevolgd te worden bij iedere dosisaanpassing van enalapril en/of het diureticum. Dezelfde overwegingen zijn van toepassing op patiënten met ischemische hart- of cerebrovasculaire aandoeningen, bij wie een excessieve daling van de bloeddruk kan leiden tot een myocardinfarct of een cerebrovasculair accident. Wanneer er hypotensie optreedt, dient de patiënt op de rug te worden gelegd en, indien nodig, een intraveneus infuus met fysiologische zoutoplossing worden toegediend. Een voorbijgaande hypotensieve reactie is geen contra-indicatie voor verdere doses, die over het algemeen zonder problemen kunnen worden toegediend zodra de bloeddruk na volume-expansie is toegenomen. Bij sommige patienten met hartfalen die een normale of lage bloeddruk hebben, kan met elanapril een additionele verlaging van de systemische bloeddruk optreden. Dit effect is te verwachten en vormt geen reden tot het staken van de behandeling. Wanneer de hypotensie symptomatisch wordt, kan een verlaging van de dosering en/of het staken van de toediening van het diureticum en/of enalapril noodzakelijk zijn. Sick-sinus syndroom Lercanidipine moet met voorzichtigheid worden gebruikt bij patiënten met het sick-sinus syndroom (zonder pacemaker). Linkerventrikeldysfunctie Hoewel in hemodynamisch gecontroleerd onderzoek werd aangetoond dat de ventrikelfunctie niet vermindert, is voorzichtigheid geboden bij patiënten met stoornissen aan het linkerventrikel. Ischemische hartaandoeningen Er werd gesuggereerd dat patiënten met ischemische hartaandoeningen een verhoogd cardiovasculair risico lopen tijdens de behandeling met sommige kortwerkende dihydropyridines. Hoewel lercanidipine langwerkend is, dient men voorzichtig te zijn bij dergelijke patiënten. Sommige dihydropyridines kunnen in zeldzame gevallen leiden tot precordiale pijn of angina pectoris. In zeer zeldzame gevallen neemt bij patiënten met bestaande angina pectoris de frequentie, de duur of de ernst van deze aanvallen toe. Geïsoleerde gevallen van myocardinfarct kunnen waargenomen worden (zie rubriek 4.8). Nierfunctievermindering Bijzondere voorzichtigheid is geboden met enalapril aan het begin van de behandeling van patiënten met milde tot matige nierfunctiestoornissen. Routinematige bewaking van serum kalium en creatinine maakt onderdeel uit van de normale medische zorg voor deze patiënten. Meldingen van nierfalen die in verband worden gebracht met enalapril komen voor in het bijzonder bij patiënten met ernstig hartfalen of onderliggend nierlijden, waaronder ook nierarteriestenose. Wanneer het direct wordt vastgesteld en goed behandeld, is het nierfalen tijdens een behandeling met enalapril doorgaans omkeerbaar. Bij sommige hypertensie patiënten zonder pre-existent nierlijden, kan de combinatie van enalapril met een diureticum leiden tot een toename van het bloedureum en creatinine. Reductie van de enalaprildosering en/of het staken van het diureticum kan nodig zijn. In deze situatie dient de mogelijkheid van een onderliggende nierarteriestenose in beschouwing te worden genomen (zie rubriek 4.4, renovasculaire hypertensie). Renovasculaire hypertensie Wanneer patiënten met bilaterale nierarteriestenose of stenose van de arterie van één werkende nier, met een ACE-inhibitor worden behandeld, is er een verhoogd risico op hypotensie en renale insufficiëntie. Verlies in nierfunctie kan voorkomen bij slechts geringe veranderingen van het serumcreatinine. De behandeling van deze patiënten dient onder strikt medisch toezicht te worden gestart met een lage dosering, voorzichtige dosistitratie en monitoring van de nierfunctie. Niertransplantatie Er is geen ervaring met het gebruik van lercanidipine of enalapril bij patiënten die recentelijk een niertransplantatie hebben ondergaan. Daarom wordt de behandeling met Zanicombo bij deze patiënten niet aanbevolen. Leverfalen Het bloeddrukverlagend effect kan worden versterkt bij patiënten met leverfunctiestoornissen. In zeldzame gevallen werden ACE-inhibitoren geassocieerd met een syndroom dat start met cholestatische geelzucht of hepatitis, zich ontwikkelt tot fulminerende levernecrose en soms leidt tot de dood. Het mechanisme van dit syndroom is niet gekend. Patiënten die ACE-inhibitoren gebruiken en die geelzucht krijgen of een aanzienlijke stijging van de leverenzymen vertonen, dienen gebruik van de ACE-inhibitoren te stoppen en een geschikte medische follow-up te krijgen. Peritoneale dialyse Lercanidipine werd geassocieerd met de ontwikkeling van troebel peritoneaal effluent bij patiënten die peritoneale dialyse ondergaan. De troebelheid is het gevolg van een verhoogde triglyceridenconcentratie in het peritoneaal effluent. Hoewel het mechanisme onbekend is, heeft de troebelheid de neiging snel op te lossen na het staken van de behandeling met lercanidipine. Dit is een belangrijke associatie om te herkennen aangezien troebel peritoneaal effluent verkeerdelijk kan worden aanzien als infectieuze peritonitis wat kan leiden tot een onnodige ziekenhuisopname en empirische toediening van antibiotica. Neutropenie/agranulocytose Neutropenie/agranulocytose, trombocytopenie en anemie zijn waargenomen bij patiënten die ACE�inhibitoren gebruiken. Neutropenie is zeldzaam bij patiënten met een normale nierfunctie en zonder bijzondere risicofactoren. Enalapril dient met de grootst mogelijke voorzichtigheid te worden gebruikt door patiënten met collageen vaatlijden, die behandeld worden met immunosuppresiva, allopurinol, procaïnamide of bij een combinatie van deze factoren, in het bijzonder in geval van pre-existente nierfunctie vermindering. Ernstige infecties kwamen bij sommige van deze patiënten voor, die in een aantal gevallen niet reageerden op een intensieve antibiotische behandeling. Wanneer enalapril door deze patiënten wordt gebruikt, wordt geadviseerd om regelmatig de leukocyten te bepalen. Patiënten dienen te worden geïnstrueerd om ieder teken dat wijst op een infectie te melden. Overgevoeligheid/angioneurotisch oedeem Angioneurotisch oedeem van het gezicht, de extremiteiten, de lippen, de tong, de stembanden en/of het strottenhoofd, is gerapporteerd bij patiënten behandeld met ACE-inhibitoren, met inbegrip van enalapril. Het kan op elk moment van de behandeling optreden. In dergelijke gevallen dient de behandeling met enalapril onmiddellijk gestaakt te worden en dient de patiënt nauwgezet onder controle gehouden te worden om er zeker van te zijn dat alle symptomen volledig zijn verdwenen voor ontslag uit het ziekenhuis. Zelfs in gevallen waar de zwelling zich beperkt tot de tong, zonder ademnood, kunnen patiënten langdurige observatie vereisen omdat behandeling met antihistaminica en corticosteroïden ontoereikend kan zijn. Zeer zelden werden fataliteiten gerapporteerd te wijten aan angio-oedeem geassocieerd met larynx of tong oedeem. Patiënten waarbij oedeem optreedt ter hoogte van tong, stembanden of larynx, hebben meer kans op luchtwegobstructie, vooral bij een geschiedenis van operaties aan de luchtwegen. Wanneer tong, stembanden of larynx betrokken zijn en waarschijnlijk obstructie van de luchtwegen kunnen veroorzaken, dient onmiddellijk de juiste behandeling te worden toegediend; dit kan subcutane toediening van 1:1000 adrenaline oplossing omvatten ( 0,3 ml tot 0,5 ml) en/of maatregelen om vrije luchtwegen te garanderen. Bij negroïde patiënten werd een hogere incidentie van angio-oedeem bij gebruik van ACE-inhibitoren waargenomen in vergelijking met niet-negroïde patiënten. Patiënten met een voorgeschiedenis van angio-oedeem niet veroorzaakt door behandeling met een ACE-inhibitor, kunnen een hoger risico lopen op het ontwikkelen van angio-oedeem wanneer zij ACE-inhibitoren gaan gebruiken (zie ook rubriek 4.3). Gelijktijdig gebruik van ACE-inhibitoren en sacubitril/valsartan is gecontra-indiceerd vanwege een verhoogd risico op angio-oedeem. Behandeling met sacubitril/valsartan mag niet eerder dan 36 uur na de laatste dosis enalapril worden gestart. Behandeling met enalapril mag niet eerder dan 36 uur na de laatste dosis sacubitril/valsartan worden gestart (zie rubriek 4.3 en 4.5). Gelijktijdig gebruik van ACE-inhibitoren en racecadotril, mTOR-remmers (bijv. sirolimus, everolimus, temsirolimus) of vildagliptine kan een verhoogd risico geven op angio-oedeem (bijv. zwelling van de luchtwegen of de tong, met of zonder ademhalingsproblemen) (zie rubriek 4.5). Voorzichtigheid is geboden bij het starten van een behandeling met racecadotril, mTORremmers (bijv. sirolimus, everolimus, temsirolimus) of vildagliptine bij een patiënt die een ACE-inhibitor gebruikt. Anafylactoïde reacties gedurende Hymenoptera desensitisatie Zelden hebben zich levensbedreigende anafylactoïde reacties voorgedaan bij patiënten die ACE�inhibitoren kregen, tijdens desensitisatie met insectengif. Deze reacties werden voorkomen door tijdelijk de ACE-inhibitor behandeling te staken, voorafgaand aan elke desensitisatie. Anafylactoïde reacties gedurende LDL-afarese Zelden hebben zich levensbedreigende anafylactoïde reacties voorgedaan bij patiënten die ACE�inhibitoren kregen, tijdens LDL (low density lipoprotein)-afarese met dextraansulfaat. Deze reacties werden voorkomen door tijdelijk de ACE-inhibitor behandeling te staken, voorafgaand aan elke afarese. Hypoglycemie Diabetici die behandeld worden met orale antidiabetica of insuline en een behandeling met een ACE�inhibitor starten, dient te worden meegedeeld nauwgezet toe te zien op hypoglycemie, vooral gedurende de eerste maand van het gecombineerd gebruik (zie rubriek 4.5). Hoest Hoest werd gerapporteerd bij gebruik van ACE-inhibitoren. Kenmerkend is dat deze niet-productief is en aanhoudt tot de therapie gestaakt wordt. ACE-inhibitor geïnduceerde hoest dient mee in overweging genomen te worden bij differentiële diagnose van hoest. Chirurgie/anesthesie Bij patiënten die een zware operatie ondergaan of geanesthetiseerd worden met middelen die hypotensie veroorzaken, remt enalapril de vorming van angiotensine II, secundair aan de compensatoire reninesecretie. Wanneer hypotensie voorvalt en beschouwd wordt als te wijten aan dit mechanisme, kan dit gecorrigeerd worden door volume expansie. Serumkalium ACE-inhibitoren kunnen hyperkaliëmie veroorzaken door onderdrukking van de vrijzetting van aldosteron. Bij patiënten met een normale nierfunctie is het effect doorgaans niet significant. Hyperkaliëmie kan echter voorkomen bij patiënten met een verminderde nierfunctie en/of bij patiënten die kaliumsupplementen (waaronder zoutvervangers), kaliumsparende diuretica, trimethoprim of co�trimoxazol (ook bekend als trimethoprim/sulfamethoxazol) en, in het bijzonder, aldosteronantagonisten of angiotensinereceptorblokkers gebruiken. Kaliumsparende diuretica en angiotensinereceptorblokkers dienen met voorzichtigheid toegepast te worden bij patiënten die ACE�inhibitoren gebruiken, waarbij de serumkaliumspiegels en de nierfunctie gemonitord moeten worden (zie rubriek 4.5). Lithium De combinatie van lithium en enalapril wordt in het algemeen niet aangeraden (zie rubriek 4.5). Dubbele blokkade van het renine-angiotensine-aldosteron systeem (RAAS) Er werd aangetoond dat gelijktijdig gebruik van ACE-inhibitoren, angiotensine II receptor blokkers of aliskiren het risico op hypotensie, hyperkaliëmie en verminderde nierfunctie (waaronder acuut nierfalen) verhoogt. Daarom wordt dubbele blokkade van RAAS via gecombineerd gebruik van ACE�inhibitoren, angiotensine II receptor blokkers of aliskiren niet aanbevolen (zie rubrieken 4.5 en 5.1). Indien dubbele blokkade behandeling absoluut noodzakelijk wordt geacht, dient dit enkel te gebeuren onder supervisie van een specialist en onderhevig aan frequente nabije monitoring van de nierfunctie, elektrolyten en bloeddruk. ACE-inhibitoren en angiotensine II receptor blokkers dienen niet gelijktijdig te worden gebruikt bij patiënten met diabetische nefropathie. CYP3A4 inducerende middelen Inductoren van CYP3A4, zoals anti-epileptica (bvb. fenytoine, carbamazepine) en rifampicine kunnen de plasmaspiegels van lercanidipine verlagen en daardoor kan de werkzaamheid van lercanidipine lager zijn dan verwacht (zie rubriek 4.5). Verschillen in etniciteit Zoals met andere ACE-inhibitoren is enalapril blijkbaar minder effectief in het verlagen van de bloeddruk bij negroïde patiënten dan bij niet-negroïde patiënten, mogelijk omdat plasma renine�spiegels vaak lager zijn in de negroïde hypertensieve populatie.

Essentiële hypertensie

  • De werkzame stoffen in dit middel zijn enalapril maleaat en lercanidipine hydrochloride.

Elke filmomhulde tablet bevat: 10 mg enalaprilmaleaat (gelijkwaardig aan 7,64 mg enalapril) en 10 mg lercanidipine hydrochloride (gelijkwaardig aan 9,44 mg lercanidipine).

  • De andere stoffen in dit middel zijn:

Kern: lactose monohydraat, microkristallijn cellulose, natriumzetmeel glycolaat type A, povidone K30, natriumwaterstofcarbonaat, magnesiumstearaat.

Filmomhulling: hypromellose 5 cP, titaniumdioxide (E171), talk, macrogol 6000.

Zanicombo mag niet gebruikt worden met bepaalde geneesmiddelen.

Gebruikt u naast Zanicombo nog andere geneesmiddelen, heeft u dat kort geleden gedaan of gaat u dit misschien binnenkort doen? Vertel dat dan uw arts of apotheker. Dit geldt ook voor geneesmiddelen die u zonder voorschrift kon krijgen.

Wanneer Zanicombo tegelijk wordt ingenomen met andere geneesmiddelen, kan de werking van Zanicombo of van het andere geneesmiddel veranderen, of kunnen er bepaalde bijwerkingen vaker optreden.

Vertel het in het bijzonder aan uw arts of apotheker als u een van de volgende geneesmiddelen gebruikt:

 andere geneesmiddelen om de bloeddruk te verlagen;  kaliumsupplementen (waaronder zoutvervangers), kaliumsparende plasmiddelen en andere geneesmiddelen die de hoeveelheid kalium in uw bloed kunnen verhogen (bijvoorbeeld trimethoprim en co-trimoxazol voor infecties veroorzaakt door bacteriën; ciclosporine, een geneesmiddel dat het immuunsysteem onderdrukt dat gebruikt wordt om afstoting van een orgaantransplantaat te voorkomen; en heparine, een geneesmiddel dat gebruikt wordt om het bloed te verdunnen om het vormen van bloedstolsels te voorkomen). Zie ook "Wanneer mag u dit middel niet gebruiken?".  lithium (een geneesmiddel dat wordt gebruikt als behandeling van bepaalde vormen van depressie);  geneesmiddelen tegen depressie genaamd "tricyclische antidepressiva";
 geneesmiddelen tegen psychische problemen genaamd "antipsychotica";
 niet-steroïdale anti-inflammatoire geneesmiddelen, waaronder COX-2 remmers (geneesmiddelen tegen ontsteking en kunnen worden gebruikt om pijn te verlichten);  bepaalde geneesmidelen tegen pijn en artritis waaronder goudtherapie;  bepaalde geneesmiddelen tegen hoest en verkoudheid en voor gewichtsverlies die een zogenaamd "sympathicomimeticum" bevatten;  geneesmiddelen voor diabetes (waaronder via de mond in te nemen bloedglucoseverlagende geneesmiddelen en insuline);  astemizol of terfenadine (geneesmiddelen tegen allergie);  amiodarone, kinidine of sotalol (geneesmiddelen ter behandeling van een snelle hartslag);  fenytoïne, fenobarbital of carbamazepine (geneesmiddelen tegen epilepsie);  rifampicine (geneesmiddel om tuberculose te behandelen);  digoxine (geneesmiddel ter behandeling van hartproblemen);  midazolam (geneesmiddel dat u helpt te slapen);  bèta-blokkers zoals metoprolol (een geneesmiddel om hoge bloeddruk, hartfalen en abnormaal hartritme te behandelen);  cimetidine (meer dan 800 mg, een geneesmiddel tegen maagzweren, indigestie en brandend maagzuur).

Gebruik Zanicombo niet als u sacubitril/valsartan, een geneesmiddel dat wordt gebruikt voor de behandeling van een type langdurig (chronisch) hartfalen bij volwassenen, gebruikt of heeft gebruikt,

omdat het risico op angio-oedeem (een snelle onderhuidse zwelling, op een plek zoals de keel) dan verhoogd is.

Als u een van de volgende geneesmiddelen gebruikt kan het risico op angio-oedeem verhoogd zijn:

• Racecadotril, een geneesmiddel dat wordt gebruikt voor de behandeling van diarree; • Geneesmiddelen die gebruikt worden om afstoting van een orgaantransplantaat te voorkomen en als behandeling van kanker (bijvoorbeeld temsirolimus, sirolimus, everolimus); • Vildagliptine, een geneesmiddel dat wordt gebruikt voor de behandeling van diabetes.

Het kan zijn dat uw arts uw dosering moet veranderen en/of andere voorzorgen moet nemen als u een angiotensine II receptorblokker (ARB) of aliskiren gebruikt (zie ook de informatie onder de rubriek "Wanneer mag u dit middel niet gebruiken?" en "Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met dit middel?").

Bijwerkingen waargenomen met Zanicombo

Vaak (kan voorkomen bij minder dan 1 op 10 patiënten)

 Hoest;

 Duizeligheid, hoofdpijn.

Soms (kan voorkomen bij minder dan 1 op 100 patiënten)

 Veranderingen in bloedwaarden, zoals een lager aantal bloedplaatjes;

 verhoogd kaliumgehalte in het bloed;

 nervositeit (angst);

 duizelig gevoel bij het opstaan, vertigo;

 snelle hartslag, snelle of onregelmatige hartslag (hartkloppingen);

 plotselinge roodheid in uw gezicht, nek of borst (blozen), lage bloeddruk;

 buikpijn, constipatie, misselijkheid (nausea);

 hogere niveaus van leverenzymen;

 roodheid van de huid;

 pijn in de gewrichten;

 toegenomen aantal keren urineren;

 gevoel van zwakte, vermoeidheid, het warm hebben, zwelling van de enkels.

Zelden (kan voorkomen bij minder dan 1 op 1.000 patiënten)

 Anemie;

 allergische reacties;

 oorsuizingen (tinnitus);

 flauwvallen;

 droge keel, keelpijn;

 indigestie, zoute sensatie op tong, diarree, droge mond, zwelling van het tandvlees;

 allergische reactie met zwelling van het gezicht, lippen, tong of keel met moeite met slikken of ademen, huiduitslag, netelroos

 's nachts wakker worden om te urineren, grote hoeveelheden urine produceren;

 impotentie.

Overgevoeligheid voor de werkzame stoffen of voor één van de in "Samenstelling" vermelde hulpstoffen.
Neem Zanicombo niet:
• bij overgevoeligheid voor een ACE (angiotensin converting enzyme)-inhibitor of dihydropyridine calciumkanaalblokker of voor een ander bestanddeel van dit geneesmiddel
• bij een voorgeschiedenis van angio-oedeem geassocieerd met behandeling met een ACE-remmer
• bij erfelijke of idiopathische angio-oedeem
• bij tweede en derde trimester zwangerschap
• bij associatie van aliskiren-bevattende producten bij patiënten met diabetes mellitus of nierfunctievermindering (GFR < 60 ml/min/1,73 m2)
• bij obstructie van het linkerventrikel uitstroomkanaal met inbegrip van ernstige aortastenose
• bij onbehandelde congestief hartfalen
• bij instabiele angina pectoris
• binnen de maand na een myocardinfarct
• bij ernstige nierfunctievermindering (creatinineklaring < 30 ml/min) en patiënten die dialyse ondergaan
• bij ernstige leverfunctievermindering
• bij gelijktijdige inname van:

o sterke CYP3A4-inhibitoren)
o cyclosporine)
o pompelmoessap).
  1. Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding Zwangerschap Voor enalapril Het gebruik van ACE-inhibitoren (enalapril) wordt niet aanbevolen tijdens het eerste trimester van de zwangerschap (zie rubriek 4.4). ACE-inhibitoren (enalapril) zijn gecontraïndiceerd tijdens het tweede en het derde trimester van de zwangerschap (zie rubrieken 4.3 en 4.4). Epidemiologische bewijzen betreffende het teratogeniciteitsrisico na blootstelling aan ACE�inhibitoren tijdens het eerste trimester van de zwangerschap zijn niet afdoende; een enigszins verhoogd risico kan echter niet worden uitgesloten. Tenzij verderzetting van de behandeling met ACE�inhibitoren essentieel wordt geacht, moeten patiëntes die zwanger willen worden naar alternatieve bloeddrukverlagers worden overgeschakeld met aangetoonde veiligheid bij gebruik tijdens de zwangerschap. Wanneer een zwangerschap wordt vastgesteld, moet de behandeling met ACE�inhibitoren onmiddellijk worden stopgezet en moet indien nodig een alternatieve behandeling worden ingesteld. Het is bekend dat de blootstelling aan ACE-inhibitoren tijdens het tweede en derde trimester van de zwangerschap bij de mens foetale toxiciteit (verminderde nierfunctie, oligohydramnion, vertraagde schelverbening) en neonatale toxiciteit (nierfalen, hypotensie, hyperkaliëmie) veroorzaakt (zie rubriek 5.3). Maternaal oligohydramnion, wat vermoedelijk een verminderde foetale nierfunctie weergeeft, is voorgekomen en kan resulteren in contracturen van de ledematen, craniofaciale deformaties en pulmonaire hypoplasie. Bij blootstelling aan een ACE-inhibitor vanaf het tweede trimester van de zwangerschap is een echografie voor de controle van de nierfunctie en de schedel aanbevolen. Zuigelingen waarvan de moeder ACE-inhibitoren heeft ingenomen, moeten nabij worden opgevolgd voor hypotensie (zie rubriek 4.3 en 4.4). Voor lercanidipine Er zijn geen gegevens over het gebruik van lercanidipine bij zwangere vrouwen. Onderzoek bij dieren heeft geen teratogene effecten aangetoond (zie rubriek 5.3), maar deze effecten zijn wel waargenomen bij andere dihydropyridine stoffen. Lercanidipine wordt niet aanbevolen tijdens de zwangerschap noch bij vrouwen op vruchtbare leeftijd die geen anticonceptie gebruiken (zie rubriek 4.4). Voor enalapril in combinatie met lercanidipine Er zijn geen of slechts beperkte gegevens rond gebruik van enalaprilmaleaat/lercanidipine HCl bij zwangere vrouwen. Dierproeven zijn ontoereikend met betrekking tot reproductietoxiciteit (zie rubriek 5.3). Zanicombo mag niet gebruikt worden in het tweede en derde trimester van de zwangerschap. Het wordt niet aanbevolen tijdens het eerste trimester van de zwangerschap en bij vrouwen in de vruchtbare leeftijd die geen anticonceptie gebruiken.

Borstvoeding Voor enalapril Uit beperkte beschikbare farmacokinetische gegevens blijkt dat zeer lage concentraties worden uitgescheiden in de moedermelk (zie rubriek 5.2). Hoewel deze concentraties klinisch irrelevant lijken te zijn, is het gebruik van Zanicombo tijdens de borstvoeding niet aanbevolen bij te vroeg geboren zuigelingen en tijdens de eerste weken na de bevalling omwille van het hypothetische risico van cardiovasculaire en renale effecten en onvoldoende klinische ervaring. Bij oudere zuigelingen kan het gebruik van Zanicombo bij een moeder die borstvoeding geeft, worden overwogen indien deze behandeling noodzakelijk is voor de moeder en het kind wordt opgevolgd voor bijwerkingen. Voor lercanidipine Het is niet bekend of lercanidipine/metabolieten worden uitgescheiden in de moedermelk. Een risico voor de pasgeborenen/zuigelingen kan niet uitgesloten worden. Lercanidipine mag niet gebruikt worden tijdens de borstvoeding. Voor enalapril in combinatie met lercanidipine Het gebruik van Zanicombo in de periode van het geven van borstvoeding wordt niet aanbevolen. Vruchtbaarheid Er zijn geen klinische gegevens beschikbaar met lercanidipine. Omkeerbare biochemische veranderingen van het kopje van de spermatozoa die de fecundatie kunnen verminderen, zijn waargenomen bij patiënten die kanaalblokkers gebruikten. In gevallen waarbij herhaalde malen de IVF behandeling mislukte, en waarvoor geen andere verklaring is gevonden, dient de mogelijkheid van calciumkanaal blokkers in overweging genomen te worden.

Volwassenen:

  • Aanbevolen dosis: 1 tablet per dag
  • Dosisaanpassingen zijn aangewezen bij patiënten met nier- of leverinsufficiëntie en bij oudere patiënten

Toedieningswijze:

  • De tablet tenminste 15 minuten voor de maaltijd innemen, bij voorkeur 's ochtends
CNK 2582443
Organisaties Recordati
Merken Zambon
Breedte 68 mm
Lengte 121 mm
Diepte 30 mm
Hoeveelheid verpakking 56
Actieve ingrediënten enalapril maleaat, lercanidipine hydrochloride
Behoud Kamertemperatuur (15°C - 25°C)